Home
Nieuws
Links
Contact
Waarom deze website

Romans
Kind/Jeugd
Reizen/Cultuur
Auto/Biografie
Geschiedenis
Esoterie/Religie
Zelfontwikkeling
Gedichten
Nonfictie
Verhalen/Columns
Fotoboeken
Schrijfboeken

Boekrecensies
Interviews
Illustratoren
Boekenmarkten
Schrijfvakanties
Musea

 Niet gevonden wat u zocht?
Winkel verder bij onze partner:

het boek

boek

Innerlijk Zonnestelsel

`Innerlijk Zonnestelsel` is de eerste Nederlandse paleo-psychologische science fiction roman. De roman speelt 18.000 jaar geleden, in een ijskoude periode waarin mensen volgens velen tot weinig meer in staat waren dan overleven, met primitieve middelen. Niets in minder waar, `bewijst` deze roman. De jonge hoofdpersoon, Wiwoto, streeft een carriere na als geoloog. Aardkunde is, 18.000 jaar geleden, een bloeiene wetenschap, waarover op congressen allerlei theorieen en standpunten worden ingenomen. `Innerlijk Zonnestelsel` is echter geen wetenschappelijk essay, maar een bloedstollend avontuur dat zich buiten, in een woeste natuur, en in de geest van de hoofdpersonen afspeelt. Een uniek literair (geslaagd!) experiment, dat de lezer ademloos in de wereld van Lucas Derks (én Wiwoto) gevangen houdt en blijft boeien tot de laatste pagina!
Lucas Derks is de geestelijke vader van het `sociaal panorama`. In deze roman laat hij zien dat hedendaagse opvattingen over ons sociaal functioneren en handelen hun `roots` in ver achter ons liggende tijden vinden. Kijk voor meer info over de auteur van `Innerlijk Zonnestelsel op www.sociaalpanorama.nl. Nog een aanwijzing voor u, lezer! Lucas Derks heeft zich bij het schrijven van deze roman laten inspireren door de Finse maatschappij en cultuur. In de Finse taal bestaat geen onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke persoonsvormen....



de auteur

biografie

Lucas Derks

Geen informatie beschikbaar


een fragment

Uit Innerlijk Zonnestelsel

(...) Er staat een zeebries vanaf de Pool. De kippenvelhaartjes op Wiwoto’s armen zijn van donker goud en boven is het blauw. Vogeltonen mengen zich met de branding en de zon gloeit in het midden van zijn stelsel. Wiwoto weet dat hij er nog aantrekkelijk uitziet: mooie krullen en een getinte huid. Normaal gesproken een dun middeltje, stevige billen en een fiere rug. Een geleerde visser zoals hij, hoeft uiterlijk niet te schitteren, die straalt zijn kennis uit.
Maar Wiwoto’s wetenschappelijke uitstraling is nog maar gering en zijn kapotte kleren ondergraven zijn geloofwaardigheid. Hij praat in zichzelf: ‘Straks sta ik op een congres mijn theorie te verkondigen, terwijl de toehoorders door een scheur in mijn rok naar binnen proberen te gluren! Voordat ik naar het Pummitcongres ga moet ik daar wat aan doen.’
Dan valt zijn oog op een rustig naderbij kuierende pinguïn. De gele veertjes onder de ogen bewegen in de wind. Kennelijk waant de vogel zich alleen. Wiwoto’s vingers glijden naar zijn pijlen… dan stopt zijn hand; omdat de jager in conflict raakt met de wetenschapper. ‘Dat is raar… in deze tijd van het jaar zie je hier geen pinguïns. Welke dag is het eigenlijk?’
Hij reciteert een rekenrijmpje; het moet de drieënzestigste zijn en over zeven dagen gaat hij al naar Pariwoto toe. Maar toch is het vreemd. De pinguïns komen pas na de tachtigste. Dus is hij twintig dagen te vroeg. Zijn er dan ook al paaiende zwermvissen voor de kust?’
Nu Wiwoto weer een kindje verwacht, valt alles hem zwaar. Met wat geluk kan hij, net als die pinguïn, gemakkelijk wat zwermvissen pakken. ‘Dan moet ik nu meteen naar zee!’ Steunend komt hij overeind, schiet van dichtbij de pinguïn dood en sloft over het knerpende grind naar zijn vlot. Hij gooit de ballaststenen af en begint het geval met zijn volle gewicht over de kiezels te slepen. Het maakt een naar geluid, hij hoopt maar dat het vlechtwerk van de drijvers deze ruwe aanpak aan kan. Dankzij het gunstige tij is hij met enkele peddelhalen in de branding.
De vier drijvers ondersteunen samen vijf masten, die bovenaan zijn samengebonden. Het vaartuig stinkt naar vis en danst over de brekers. Met nog wat extra inspanning glijdt het naar rustig water. Zijn dikke buik hindert hem bij het peddelen. Achter de kaal gespoelde rotsen laat hij het vlot uitdrijven. Hier moet het zijn. Balancerend op de zijdrijver, steekt hij zijn hoofd onder water. Door het bijtende zout heen schemert een zilvergrijze wolk, waar hij met zijn handen heen roeit.
Een onverwachte golf doorweekt zijn jas. Hij klieft met zijn schepnet door een wervelende paniek en meteen voelt hij het gewicht van zijn vangst. Zeven stuks, dat is genoeg. Terug op het strand rijgt hij de vissen aan een stok, pakt de pinguïn en zijn boog bij elkaar en loopt traag het visserspaadje op. Iedere stap dwingt de natuur verder naar de achtergrond en de mensen dichterbij. Vreemd genoeg voelt Wiwoto meer eenzaamheid in het dorp dan daarbuiten. Waar de eerste taaie boompjes uit het zand omhoog steken, liggen enkele verbleekte botten van zeezoogdieren. Samen met drie nog overeind staande palen vormen zij de materiële erfenis van Banitolwa. Hier heeft hij tweeënzestig jaar gewoond en de aardekunde bedreven. Wiwoto stopt en legt de pinguïn en zijn spullen op wat eens de vloer was.
‘Ik heb met onze steen gepraat,’ fluistert hij met een lachje. Maar het is te lang geleden; hij kan zich het antwoord van Banitolwa’s stem niet meer voorstellen. Het is het gepraat van Pariwoto dat nu in zijn binnenste de boventoon voert. Het was vier jaar na de verdwijning dat hij Pariwoto ontmoette; ook een oude aardekundige. En na een tijdje zei Pariwoto het zelf: ‘Jij zoekt Banitolwa en vindt mij. Ik ben erg vereerd, maar toch blijf ik gewoon helemaal mezelf Wiwoto. Nooit wordt ik Banitolwa.’
Maar Pariwoto heeft toch veel overeenkomsten met Banitolwa; beiden zijn het net bejaarde kinderen. Maar Banitolwa had veel betere tanden en nam het leven ernstig. Wiwoto’s liefde voor Pariwoto groeide gestaag en vier jaar geleden wilde Wiwoto naar zijn stam verhuizen. ‘Pari, ik wil het echt en voor altijd!’ Met een warme blik omarmde de kennisveteraan hem en zei zachtjes: ‘Wiwoto ik vind jou buitengewoon lief. Je bent ook orgineel en intelligent. Als er iemand is waarmee ik zou willen leven dan ben jij het wel. Begrijp me goed, ik voel geen enkele fysieke of geestelijke weerstand tegen jou. Maar het kan niet; want jij staat volop in bloei en ik ben verwelkt. Ik kan zo’n verschil in levensfase niet aan. Want naast jou voel ik de pijn van mijn jaren het zwaarst op me drukken. Dus Wiwoto… In dit land zit je geworteld in je geboortegrond. Wie het anders wil, krijgt problemen. Op ons schiereiland kunnen de bergschapen grazen waar ze willen. Maar wij, de Bbeng, zijn de gevangenen van ons jachtgebied. Wiwoto, ga naar huis en vind een passend maatje. Alleen dan zul je gelukkig zijn.’
Wiwoto wist wel dat Pariwoto gelijk had, want de volwassen jagers van zijn stam lieten zich door hem niet tot de liefde verleiden, het leek wel of ze het met elkaar hadden afgesproken. (...)




Boek Toevoegen? 

Heeft u ook een leuk boek geschreven? Wilt u daarmee op deze site staan? Dat kan,lever ons foto's en tekst en wij plaatsen het. Er is plek voor iedereen. Lees eerst de voorwaarden en voorkom onnodige vertraging.
Voorwaarden.